dinsdag 1 december 2020

 

De natuur kent het grote geheim en glimlacht! (V. Hugo).



zoeken

naar een nieuw evenwicht


balanceren op een slappe koord


vaak een te slappe koord

van onwetendheid

maar niet van onwil


we moeten

eenzaamheid overwinnen

ontgoocheling het hoofd bieden

angst intomen

nederigheid leren

nederigheid tonen

toevalligheid uit de weg gaan


we moeten samen leren

samen denken

samen overtuigen

samen leven

samen zijn


om straks opnieuw

de broederlijkheid te kunnen beleven

de broederlijkheid te kunnen omhelzen


zoals toen

in verbondenheid

en innig samen zijn

 

50 jaar


voor de eeuwigheid


de witte roos

in mijn hand

die open bloeit


mijn ogen zochten

voorzichtig

zoals een blinde

met zijn vingers

die de omgeving

aftast


dit geheim


ik treur en

huil en lach

maar weet

dat begrijpen

dichterbij

komt


vooraleer

de witte roos

uitgebloeid

zal zijn

dinsdag 5 november 2019


neen,
niet enkel een geheim

veel meer dan mensen
kunnen snappen
delen we

we zijn
broeders

aanvoelen, weten, zien
begrijpen zonder
woorden

we zijn
immers broeders

samen
glimlachen
samen
wenen

die traan
die lach
zo delen
we onze vreugde
ons verdriet
zonder woorden
innig

van volle middag
tot volle middernacht
broeders
verenigd
voor altijd

eens aanvaard
onze eed gestand
gaan wij onze eigen weg
elk apart
maar toch samen
in ons zoeken
in ons
vinden
in ons
zijn

een handdruk
een omhelzing
een blik

het geheim
tussen ons
dat enkel wij kunnen
ontdekken


gelukkig zijn

de straten
zijn leeg
de regen
stopte

vogels beginnen
te kwetteren

waarom zwijgen ze
als het regent ?

luisteren ze naar de druppels
die zingen
in de wind ?

de stilte in mijn hoofd
wordt aangenaam
louterend bijna
na een te lang
te woelig verdriet

ik sta stil
ik wacht
ik denk aan de stilte
zij betekent meer dan een afwezigheid
van geluid

ik neem de stilte in me op
een moment van rust
om te koesteren

in mijn grot
zie ik mijn ideeën
dansen
ik blik naar mijn
nieuwe oude wereld

een wereld


theo
broeder merkmeester

ik herinner me nog
onze laatste duvel
aan de bar in de persil

je vertelde me gepassioneerd
van de provence

je genoot
met volle teugen

carpe diem
lachten we

ik zou eens afkomen

we wisten beiden
dat me dat niet zou lukken
ik kon niet zover meer rijden
met de wagen

tijdens de laatste zitting
van de sluitsteen
zat je naast me aan het banket
helemaal achteraan links

gepraat hebben we
over de gedichten van je vrouwtje

ik had zopas haar laatste bundel
ontvangen

je zou hem nog laten signeren
en hem mij de volgende keer
opnieuw overhandigen

er kwam geen volgende keer

droom van de provence

goeie reis lieve broeder merkmeester

donderdag 15 september 2016

Geheugenkliniek.

terwijl de zon
probeert om de kamer kleur te geven
wacht ik op een volgend onderzoek
de vreemdste gedachten dwalen door mijn kop
en raken mijn cortex

of is mijn interpretatie
te gek om los te lopen

zou kunnen
ik ben immers in
een geheugenkliniek

maandag 6 juni 2016

initiatie

fijne zwarte gladde zijde voor mijn gesloten ogen

ik zie mijn moeder

zij is stervend

glimlacht ze
of
lacht ze me uit

krakende onwezenlijke geluiden

mijn hoofd is leeg
ik weet niet waar, wie, waarom
ik besef zelfs niet meer of

ik draai rond
struikel

word opgevangen
chaotisch lawaai

ik vat de oorsprong niet
mijn wereld tolt

zou ik ronddraaien in het heelal
welk heelal?
van wie?
mijn heelal?

ben ik een planeet tussen talloze andere planeten ?
word ik stilaan gek
wie ondersteunt mij?
want ik struikel
val
mijn adem stokt
ik lijk te stikken

die vervloekte fijne gladde zwarte zijde voor mijn gesloten ogen
al dat lawaai
dat van nergens
en van overal komt
luid
te luid
vaag geroezemoes
van waar
links, rechts,voor, achter mij

algehele verdwazing


knellingen rond mijn middel
gevangen in mijn hoofd
stekende pijn
kwelling

ik kan heden niet meer scheiden van verleden
ik zie geen toekomst
ik wankel
ik struikel

wie vangt mij op
ik denk plots aan water
aan hellevuur

ik hoor stemmen
begrijp de woorden niet

woorden
te veel woorden
enkel klank
soms vriendelijk
soms afstotend
ranzige smaak in mijn mond

ik draai rond als een tol
geen enkel houvast

moederschoot
vruchtwater
zeegeruis
golven?
striemende wind
gek!

die fijne zwarte gladde zijde voor mijn open ogen
krijgt een kleur

welke kleur

ik herken ze niet
een spectrum van kleuren misschien

waarom hoor ik Mozart?
waarom word ik rustig?

die fijne zwarte gladde zijde voor mijn open ogen is wit geworden

ik zie nog steeds
mijn moeder
ze lacht naar mij
en weent