zondag 17 maart 2013

dagdroom


roestige
zonnestralen
ketenen het
skelet
naast mijn
schrijftafel
aan mijn
bureaustoel
blauwig
weerkaatst
het verschaald
behang
in de
doorzichtige spiegel
waarin het plafond opfleurt
volle middag
kondigt de hees
klinkende
kerkklok
van op het belfort
aan
de kaarsen
schitteren
om licht
aan de
beginnende arbeid
te geven
oefening baart
kunst
ook bij het
kappen
met een moker
op een botte
beitel

gedachteloos
probeer ik
op te gaan
in het
fascinerend rituaal
totdat
bij volle
middernacht
de realiteit
weer ontwaakt

vertwijfeling


terwijl de zon
te haastig verdwijnt
aan de einder
naar waar ik
in gedachten reis
getuigt de maan
van mijn wilde
chaotische
overpeinzingen
die kant noch wal
raken
waarom kan ik
geen orde scheppen
in mijn verlangens
en keuzes maken
tussen de aangereikte
paden?
waarom zijn mijn struikelblokken
steeds zo intens
aanwezig
en kan ik geen
hulp aanvaarden
bij het opruimen?
waarom blijf ik koppig
volharden
en ga ik verder
op de gekozen weg
die steeds
zinlozer lijkt te worden?
zal ik de oplossing
kunnen ontwarren
midden in mijn pentagram
of op de omtrek
van mijn oneindige cirkel?
welke rituelen
blauw wijnrood zwart of wit
zullen het zoeken
naar mijn utopia
mogelijk maken
en mij wijsheid verschaffen?
of blijft ik achter
zonder kracht
bij het inglijden van de zon
in de nacht
die te plots eeuwig wordt?
met moker en beitel
moet ik
opnieuw leren kappen
naar schoonheid toe

Mijn kleindochter Shana


Toen…



Vroeger
Onbeholpen
Zat je
Afhankelijk
Naast ons

Lief, teder
Een witte wolk

Geen regenbui
Kon je verstoren
Geen storm in zicht

Nu word je vrouw
Je ontglipt ons
Je stijgt op
En vliegt weg

We hadden je
Nog zo graag
In ons stulpje
Bewaard, gekoesterd

We wisten dat
De pijn ooit komen
Zou

Maar zo is het
Goed
Zo hoort het

Nu…

mislukking

waar sta ik
nu

ben ik bezig
te leven
of sterf ik
traag

glijdt de zon
stilaan
naar het duistere
zijn
waar ik niet meer
zal
weten
wat
ik was

wordt de
rekensom
van mijn 
betrachtingen
geïndexeerd
door de
anonieme
waarnemer
die de
nuloperatie
registreert

Ann

Je lag er zo stil
En zo rustig
Je glimlach niet getrokken
Niet verkrampt en geen rimpels
Heel sereen lag je
Na ongeremde inzet
Je ogen waren gesloten
Alsof je vredig sliep…

herfst

vroege sneeuw
spookt
in mijn kop
en koude, druilerig kille
gedachten
drijven
mistige regenwolken
doorheen mijn
bermudadriehoek
waar chaotische
overwonnen gewaande hersenspinsels
zonder samenhang
opduiken

aquarellen dwarrelen
tussen de herfstbladeren
naar mijn cortex
en klitten samen
tot
chrysanten
kunstzinnig geschikt
als tranen
op een
stinkende lijkwade
die zich te lang
in het zonlicht
koesterde

en waaruit
na
de nieuwe winter
mijn sluimerende
ideeën
vruchtbaar
kunnen ontkiemen

mijn zoekende traditie?!

de tattoo
op mijn ziel
als het collectieve
in mijn geheugen

het ongekende
weten
als verbijsterende
intuïtie

de mystieke
droom
als water
dat oeverloos
uitdeint
snakkend
naar kennis
die weten is

in wording
uitmondende
rustige
onrust

plaats makend
voor het
gepieker
met de
luisterende
vraagtekens

de eerste
niet gehoorde
klank
die wakker schiet
als uit een slaap
de onbestaande stilte
overstijgend
die kiezeltjes strooit
op een wazige weg
waar een ster
helder straalt