zondag 17 maart 2013

mislukking

waar sta ik
nu

ben ik bezig
te leven
of sterf ik
traag

glijdt de zon
stilaan
naar het duistere
zijn
waar ik niet meer
zal
weten
wat
ik was

wordt de
rekensom
van mijn 
betrachtingen
geïndexeerd
door de
anonieme
waarnemer
die de
nuloperatie
registreert

Ann

Je lag er zo stil
En zo rustig
Je glimlach niet getrokken
Niet verkrampt en geen rimpels
Heel sereen lag je
Na ongeremde inzet
Je ogen waren gesloten
Alsof je vredig sliep…

herfst

vroege sneeuw
spookt
in mijn kop
en koude, druilerig kille
gedachten
drijven
mistige regenwolken
doorheen mijn
bermudadriehoek
waar chaotische
overwonnen gewaande hersenspinsels
zonder samenhang
opduiken

aquarellen dwarrelen
tussen de herfstbladeren
naar mijn cortex
en klitten samen
tot
chrysanten
kunstzinnig geschikt
als tranen
op een
stinkende lijkwade
die zich te lang
in het zonlicht
koesterde

en waaruit
na
de nieuwe winter
mijn sluimerende
ideeën
vruchtbaar
kunnen ontkiemen

mijn zoekende traditie?!

de tattoo
op mijn ziel
als het collectieve
in mijn geheugen

het ongekende
weten
als verbijsterende
intuïtie

de mystieke
droom
als water
dat oeverloos
uitdeint
snakkend
naar kennis
die weten is

in wording
uitmondende
rustige
onrust

plaats makend
voor het
gepieker
met de
luisterende
vraagtekens

de eerste
niet gehoorde
klank
die wakker schiet
als uit een slaap
de onbestaande stilte
overstijgend
die kiezeltjes strooit
op een wazige weg
waar een ster
helder straalt

mijn ruwe kubiek


waar ben ik
kijk ik tegen de zon aan
of is het de maan

ben ik gelukkig

waarom dan die tranen

wat ging er verloren
samen met dat woord

zijn de verwelkte rozen
de oorzaak
of ligt die in mijn zijn
besloten

ik schreeuw over de daken
maar raak de horizon
niet

kraaien kijken verwonderd toe

de ster
verbleekt bij
mijn vertwijfeling

waar is mijn hoop
blijft enkel
mijn ontgoocheling over

worden de zandpyramiden
weggeblazen door mijn
innerlijk onstuimige storm
die doorraast
zonder stoppen

mijn beitel is zoek

rode rozen


demonen spelen cricket achter
mijn oogleden

zwarte rook stijgt op uit
het pas gedolven graf
terwijl kindsoldaten
een tango dansen
met hun veel te grote
kalasjnikovs

waar blijft de hoop

de liefde
is gedoofd

welk geloof
houdt me overeind

in wat

of blijf ik huilen
met de wolven
in mijn naakte bos
tussen de omgewaaide
eiken
die afgeknakt
proberen opnieuw
op te staan
maar aan de bliksemschichten
niet kunnen ontsnappen

rode rozen op een brandend
kruis
splitsen mijn
bewustzijn in vertwijfeling
uiteen

ik bezwijk
onder de zinloosheid

voor bob

met open vizier
keek je de wereld in
begripvol zwijgend
verdraagzaamheid en empathie
daarin lag je sterkte

glinsterende oogjes
spraken boekdelen

je stevige handdruk
blijft in mijn geheugen
gegrift

weinig woorden
schaarse uiting van gevoelens
en toch zo liefdevol betrokken

luisteren was voor jou een deugd
begripvol horen een plicht

die plicht was in je
onontkoombaar voor jou
zachte voelen

te plots vatte je de laatste reis aan

het ga je goed lieve bob