zondag 17 maart 2013

mijn ruwe kubiek


waar ben ik
kijk ik tegen de zon aan
of is het de maan

ben ik gelukkig

waarom dan die tranen

wat ging er verloren
samen met dat woord

zijn de verwelkte rozen
de oorzaak
of ligt die in mijn zijn
besloten

ik schreeuw over de daken
maar raak de horizon
niet

kraaien kijken verwonderd toe

de ster
verbleekt bij
mijn vertwijfeling

waar is mijn hoop
blijft enkel
mijn ontgoocheling over

worden de zandpyramiden
weggeblazen door mijn
innerlijk onstuimige storm
die doorraast
zonder stoppen

mijn beitel is zoek

rode rozen


demonen spelen cricket achter
mijn oogleden

zwarte rook stijgt op uit
het pas gedolven graf
terwijl kindsoldaten
een tango dansen
met hun veel te grote
kalasjnikovs

waar blijft de hoop

de liefde
is gedoofd

welk geloof
houdt me overeind

in wat

of blijf ik huilen
met de wolven
in mijn naakte bos
tussen de omgewaaide
eiken
die afgeknakt
proberen opnieuw
op te staan
maar aan de bliksemschichten
niet kunnen ontsnappen

rode rozen op een brandend
kruis
splitsen mijn
bewustzijn in vertwijfeling
uiteen

ik bezwijk
onder de zinloosheid

voor bob

met open vizier
keek je de wereld in
begripvol zwijgend
verdraagzaamheid en empathie
daarin lag je sterkte

glinsterende oogjes
spraken boekdelen

je stevige handdruk
blijft in mijn geheugen
gegrift

weinig woorden
schaarse uiting van gevoelens
en toch zo liefdevol betrokken

luisteren was voor jou een deugd
begripvol horen een plicht

die plicht was in je
onontkoombaar voor jou
zachte voelen

te plots vatte je de laatste reis aan

het ga je goed lieve bob

Shana


vandaag
achttien
ik kijk en zie je mama
mijn dochter
 in jou ogen
achter je
als
jou spiegelbeeld

ik hoop dat jij zult kunnen
waarmaken
waarvan je droomt
waar je naar verlangt
waar ook ik van droom

geluk
 geluk voor mijn kleindochter

nu
eindelijk
een sprankeltje
een klein lichtje aan de
sterrenhemel

ben ik een ongeneesbaar
egoïst
of
wordt het allemaal
ondraaglijk?

Spijt.

toen
wist ik niet
hoe belangrijk
jij zou worden

nu je er niet meer bent
baad ik in
treurnis
en droom
een onmogelijke
toekomst

verder
met een
herinnering
die in het
verleden
leeft
omdat alles
verzwegen werd

onuitgesproken
taal
schuilend
onder mijn
verschroeiende
gevoelens

waarom
kon ik
niet eerder
dat wat ik verdrong
kenbaar maken?

waarom dat sluimerend
ontwaken?

ooit

te laat
helaas

vriendschap

ik ontmoette je
in mijn droom
ik zag je op een wolk
boven de
horizon
met het schijnsel
van de ondergaande
zon
weerspiegeld
in de oplichtende
zee

ik droomde je


onze vingers
raakten mekaars wang
bij het krieken
van de morgen
terwijl het groene
gras
de dauwdruppels opdronk

we ontmoetten
elkaar in de
regen
als in die droom
die nooit zou eindigen
waar de vogels
schuilden
onder de afbladderende
dakgoten

we werden elkaars
evenbeeld
dat overvloeide
van onuitgesproken
vriendschap
die tijdloos stilstond
wachtend op
het stil ontluiken
van de rode roos
guy bottu

thierry

de lijn
die in de spiegel
weerkaatst
herken ik als
een silhouet
van toen

sindsdien
zijn mijn herinneringen
alleen maar
levendiger geworden

omdat ze vorm
krijgen
in mijn
getormenteerde
kop